Blog Dplusdinsdag

Nuttige tips, emotie, backyard tapes, legends trails wedstrijden, subjectiviteit,

VOORBEREIDINGEN
De eerste helft van 2023 was er de Spine Race, Legends Trail, Le Dernier Homme Debout, Legends Backyard Belgium, BACKYARD ULTRA BARJOTS (waar het misging), het BK 24u-lopen, en Chartreuse Terminorum. In september ook The Great Escape. Maar Big's 2023 was het grote doel.
Big Dog’s Backyard Ultra 2023. Een wereldkampioenschap. In een niche-sport, een relatief jonge sport ook, maar toch. Een sport die sinds de corona-editie in 2020 een hoge vlucht genomen heeft qua populariteit en waar het niveau sindsdien bijna exponentieel gestegen is. Een WK waar – eindelijk – alle wereldtoppers aanwezig zijn. Wereldtoppers waar ik mezelf sinds die bewuste corona-editie moet bijrekenen – wie had dat ooit gedacht?

HOGE VERWACHTINGEN
Hoge verwachtingen, druk, druk van mezelf in de eerste plaats. Maar ook van volgers, supporters, enthousiastelingen, mijn eigen palmares. Supporters die hopen dat je het goed doet, die het je gunnen; hoewel je aan de andere kant van de wereld zit kan je het voelen, zo tastbaar is het (je leest geen enkel sociale media bericht tijdens de race maar dat is niet eens nodig).

Hoge verwachtingen, dankzij de kwaliteit in de breedte van de Belgische lopers: met 6 Belgen bij de beste 75 van de wereld mogen afreizen; cijfers die je voor België haast alleen in wielrennen ziet. Of duathlon misschien 😉 En dankzij die Belgische kwaliteit (en een tijdelijk geadopteerde Française en een Hongaar, merci en proficiat Claire en Szilard) een uitgebreid team van begeleiders/crew kunnen meenemen – 1 persoon per loper wordt toegelaten.

Een crew met een ongeziene ervaring en organisatorisch talent, die weten wat een backyard vraagt van een loper en wat deze nodig heeft om te kunnen presteren. Het moet zijn dat ze ons al zo vaak bezig gezien hebben dat ze weten wat het is om er zelf een te lopen (iets dat slechts twee van hen effectief ooit deden). Elk excuus om niet te presteren lijkt vooraf uitgevlakt. Dat wordt zelfs een running gag vooraf. Een beetje extra druk kan er nog wel bij.

MOEILIJKE OMSTANDIGHEDEN
Moeilijke omstandigheden. Een jetlag, waar niemand van ons ervaring mee heeft. Wat een verschil met vorig jaar, toen ik tot de laatste nacht lekker lang in mijn eigen bed kon slapen. De oplossing ligt voor de hand: vertrek een week vroeger. Onhaalbaar als je weet dat we nu al 11 dagen weg zijn voor de race, iedereen nog moet gaan werken, en verlof voor niemand onbeperkt is (één Belg nam zelfs onbetaald verlof). Moeilijke omstandigheden. Het moeilijkste backyard parcours dat we ooit liepen, vooral het dag-parcours op de trail. Dé onzekere factor vooraf: je kan onmogelijk weten hoe moeilijk een trail precies is tot je ‘m loopt.

Cijfers zoals hoogtemeters zeggen weinig, want de ene hoogtemeter is de andere niet en de techniciteit van het terrein maakt een enorm verschil. Wanneer we de trail de dag voor de start verkennen zijn we unaniem opgelucht: niks wat we op een Belgische trail nog niet gezien hebben, de hoogtemeters zijn eerder ‘sneaky’, het zijn er meer dan 150 maar het voelt als minder aan. En er liggen wel stenen, boomwortels en afgezaagde stronkjes, maar dat zijn we wel gewoon. Op een trail tenminste, niet in een backyard.

Blijkt dat later behoorlijk tegen te vallen: de hoogtemeters wegen wel degelijk door, zelf val ik wel honderd keer over een verraderlijk obstakeltje. Daarin ben ik absoluut niet de enige, ook Harvey Lewis, die het parcours waarschijnlijk het beste kent van iedereen, gaat regelmatig tegen de vlakte. Net zoals de meeste deelnemers, ook de Belgen.

Moeilijke omstandigheden. Hitte, vochtige hitte, gecombineerd met een steeds droger en stoffiger parcours. Het zou hier herfst moeten zijn, maar overdag is het heet en vochtig. Elke dag wordt een grotere uitdaging om hiermee om te gaan en überhaupt de avond weer te halen. Na enkele dagen hitte was ik o zo blij geweest met een malse regenbui. Of twee. Ivo was het alvast roerend met mij eens. De nachten zijn fris, nacht twee zelfs behoorlijk koud, maar dat is voor de lopers (mezelf alleszins) eerder een opluchting dan een probleem.

De omstandigheden overdag – parcours èn temperatuur – geven deze backyard een extra dimensie. Normaal gesproken gaat het vooral om het overleven van de nachten: dan slaat het slaapgebrek toe en is de kans op opgaves het grootst. Onder de eenvoudige voorwaarde dat je de rest (voeding, tempo,…) min of meer juist doet. Hier moet je ook de dagen zien te overleven, om andere redenen dan slaapgebrek: constante focus om niet op je gezicht vallen, en wanneer dat toch gebeurt hopelijk niet te hard; de hitte; de kleinere marge gezien het moeilijke parcours; opletten dat je niet genekt wordt door 1 slechte ronde (iets wat je op een makkelijk parcours kan opvangen door even trager te gaan).

DE RACE
De race. De Belgen doen het zeer goed. Ondanks twijfels hier en daar of we het ook op dit soort parcours kunnen (ons Belgische WK-parcours is vlak en niet technisch), toont iedereen dat hij uit het juiste hout gesneden is en ook hier minstens even ver kan komen. (Misschien terzijde, even over ons platte parcours: plat wil zeggen dat je voor elke meter moet werken, dat je je nooit eens bergaf kan laten ‘bollen’, en dat de impact steeds dezelfde is. 100 uur lopen op een plat parcours zou wel eens zwaarder kunnen zijn dan sommigen denken 😉.)

Jean (aka Brecht) heeft waarschijnlijk het meeste last van de jetlag en is achteraf gezien waarschijnlijk ziekjes. Toch loopt hij een indrukwekkende 50 ronden op dit moeilijke parcours.

Kevin verbetert zichzelf tot 68 ronden op dit moeilijke parcours. Matthias verbetert zichzelf aanzienlijk tot 74 ronden op dit moeilijke parcours, op zijn eigen onnavolgbaar uitgekiende manier. Ivo zal het niet snel als excuus aanvoeren, maar start met een blessure, en daardoor ondertraind.

Hij besluit zijn eigen theorie in praktijk om te zetten en het ‘eruit te lopen’, wat enkel kan als het ver genoeg is. Hij bevestigt zijn kunnen met 80 ronden in deze moeilijke omstandigheden op dit moeilijke parcours. En Frank overtreft zichzelf grandioos, gaat met een select groepje schaamteloos mee over het oude parcoursrecord van 85 ronden, en strandt met 97 op een zucht van de magische 100. Op dit moeilijke parcours. Hiermee bewijzend dat de grens van 100 voor hem nu echt binnen handbereik ligt.

De race. Team Belgium, de crew, is al vaak bewierrookt. En dat is dan ook geheel terecht. Het is bijna gênant hoe weinig wij – de lopers – ons hebben moeten aantrekken van de logistiek. We zijn amateurs met een job zoals iedereen, lopen is een hobby, maar twee weken lang was het alsof we deel uitmaakten van een professioneel team. Niks was hen teveel, zonder hen was mijn eigen prestatie onmogelijk geweest. Ik ben er zeker van dat de andere lopers er zo ook over denken. Ik heb het reeds aangehaald, maar ik herhaal het graag: ze weten wat een ultraloper nodig heeft. Het is niet enkel een kwestie van inzet en vriendschap, maar ook expertise, en dus een traject dat we de laatste jaren samen afgelegd hebben. Sterk!

MIJN EIGEN RACE
Mijn eigen race. Dag 1, nacht 1 en dag 2 gaan behoorlijk vlot, hoewel ik op de achtergrond al kan voelen dat ik vermoeider ben dan anders. Kan niet anders dan jetlag zijn. Ik probeerde vooraf zoals steeds zo goed mogelijk te slapen, en dat lukte enigszins, maar toch niet helemaal zoals verhoopt. Vooraf was afgesproken dat de crew afwisselend zou gaan slapen, maar uiteindelijk wil iedereen blijven. Kiné Irith heeft mij vooraf onder handen genomen en komt tijdens de race regelmatig langs, het team zorgt dat er geregeld fatsoenlijk eten bij iedereen terecht komt, en wat iedereen verder ook nodig heeft.

Mijn eigen race. Dan volgt mijn moeilijkste 2de nacht ooit in een backyard. Vanaf het begin van de nacht kost het mij extreem veel moeite om wakker te blijven. Ik worstel de nacht wel door, maar het is de hele nacht werken en ik ben niet lucide genoeg om een oplossing te vinden. Luide muziek en sneller lopen helpen wel wat, maar niet zoals ik gewoon ben. Ik slaap hier meer dan anders, en omdat dit de koudste nacht van de race is, moet Pipke bij elkaar zoeken wat ze kan om mij warm te houden: op een bepaald moment word ik hevig rillend uit een hazenslaapje wakker omdat mijn donsjas niet volstaat. Het volgende uur zijn er plots extra dekens en slaapzakken beschikbaar, vraag me niet waar ze ze vandaan haalde, maar ik ben er heel blij mee.

Mijn eigen race. De volgende dag (dag 3) ben ik zoals gewoonlijk wakker zodra de zon schijnt – slaapgebrek blijkt nog maar eens geen rol te spelen bij daglicht. Ik besef dat ik uit al mijn ervaring moet putten om de derde nacht door te komen, als ik er nog maar aan wil denken om ook een 4de nacht te halen, laat staan overleven. Ik gebruik dus de hele 3de dag om uit te vissen wat we kunnen doen om ervoor te zorgen dat het slaapgebrek de komende nacht niet hypothekeert. Intussen gaat het even mis met de vertering. De omstandigheden nopen tot veel drinken, ergens in de namiddag drink ik waarschijnlijk een verkeerde combinatie en komt dat er ook weer uit. In de tent naast mijn stoel, snel een geschiktere locatie opzoeken lukt niet meer. Sorry pip. Sorry Fré (je hebt het niet gezien, maar sorry dat je dit moet lezen 🤦‍♂️). Gelukkig is het enkel vocht, niet zuur, dus geen maaginhoud. Het leidt ook niet tot energieverlies. Alleen wat zorgen om wat ik al dan niet zou drinken.

Inmiddels hebben we ook een nachtstrategie gevonden, Pipke en ik bespreken deze, en voeren ‘m tot de perfectie uit tijdens nacht 3. Kort: niet te zwaar eten (dwz meer gels dan ik gewoon ben), en snel genoeg zijn zodat ik kan slapen. Naar het einde van de nacht moet ik nogmaals overgeven, na de start deze keer. Ik geloof niet dat iemand het gezien heeft. Deze keer wel met maagzuur (sorry Fré 😬), maar ook nu leidt het niet tot echt energieverlies.

Hoewel deze nacht goed verloopt, gebeurt het ook hier een enkele keer dat ik onderweg in slaap val, en waarschijnlijk zichtbaar loop te zwalpen. Op een bepaald ogenblik ziet Christophe dit gebeuren, vermoed ik, en hij tikt me aan. Ik kijk hem aan en hij vraagt wat we aan het doen zijn. Ik antwoord in mijn beste Frans: ‘we lopen, naar daar’ en ik wijs. ‘En dan?’ vraagt hij. ‘Tot het kruis op de grond’ gebaar ik, ‘en dan weer terug, tot bij Laz.’ Hij geeft aan dat het duidelijk is en we lopen verder. Door deze korte interactie ben ik weer helemaal wakker en verloopt de rest van de ronde vlot. Ik had de stellige indruk dat Christophe goed genoeg wist wat we aan het doen waren, en dat het zijn manier was om me weer bij de les te brengen. Was dat echt zo, of niet? Ik denk niet dat ik het ooit zeker ga weten.

MIJN EIGEN RACE BIS
Dat brengt ons bij de 4de dag, wanneer ik opnieuw volledig wakker word, en de benen blij zijn met de afwisseling naar een meer gevarieerd parcours. Die opluchting is echter telkens van kortere duur, en de dag lijkt nog heter dan de vorige. Binnen zijn met voldoende tijd om even te rusten wordt steeds moeilijker, maar lukt voorlopig. Er gaan ijsblokjes in de rugzak, voldoende eten wordt steeds minder evident, drinken blijft lukken, en de aanmoedigingen bij de passages aan de start van alle aanwezigen worden heviger.

In de loop van deze dag en de daaropvolgende nacht (in mijn herinnering is het een waas, ik zou het moeten opzoeken om zeker te zijn) vallen de eerste echt grote namen: John Stocker, Keith Russell, Ivo, Sam Harvey, … ik vergeet er, maar dat zijn de bekendste namen die mij nu voor de geest komen.

Ergens vanaf hier is ook Irith steeds vaker in mijn buurt te bespeuren, naar het einde toe zie ik haar net als Pipke elk uur. Tijdens een van de laatste dag-rondes, staat Phil Gore bij iemand die op aan van de bruggen ligt. Jivee Tolentino, een goedlachse Ierse Filippijn die ik op de Backyard Masters in Rettert heb leren kennen, en die een indrukwekkend PR van 81 ronden loopt, is daar even van de wereld. Phil belt iemand, ik giet het grootste deel van mijn water in zijn flesje, en sta te wachten om te zien of het Phil lukt om hulp in te roepen. Andere lopers passeren, blijven staan om te zien of ze iets kunnen doen. Tot Phil zegt dat het in orde komt en we maar door moeten lopen.

Frank is een van de laatsten die bij Jivee passeert, en samen zorgen we dat we tijdig binnen zijn.

NACHT 4
Nacht 4 proberen we nacht 3 te kopiëren. Dat verloopt eerst moeizaam. Ik wil snel genoeg zijn om te kunnen slapen, maar vind mezelf te traag omdat ik onderweg in slaap blijf vallen. Op een bepaald moment vind ik daar toch een ritme in, mede dankzij een ronde samen met Frank. Dat gaat zo. Net voor het begin van een van de eerste rondes van die nacht komt Bart me vragen of ik Frank in de juiste richting kan wijzen. Ze zijn bang dat hij niet meer weet welke richting hij uit moet en eenmaal de ronde bezig is mogen ze niet meer helpen. Ik ben ingenomen door de zorgen om mijn eigen tempo, maar zeg dat het in orde komt. Bij de start zeg ik kordaat tegen Frank: het is naar ginder, tot aan het kruis op de weg, omkeren en terug naar hier. Ik blijf even bij hem om uit te leggen dat ik zelf snel genoeg wil zijn en loop door, zoals steeds proberend te profiteren van de eerste afdaling. Halverwege de eerste km begin ik echter opnieuw te slabakken en Frank haalt me weer in. Hij vraagt of ik boos ben op hem (geen idee waar hij dat haalt, maar zo schattig).
Ik zeg ‘natuurlijk niet’ en geef opnieuw aan dat ik snel genoeg wil zijn maar dat dat maar moeilijk lukt. We besluiten de rest van de ronde samen af te leggen, hetgeen mij wakker houdt en hem een voor zijn doen snelle ronde laat afleggen. Iets waar we beiden veel aan hebben.

Daarna is het stramien in de pauzes die nacht ongeveer zo. Ik kom aan, drink en/of eet snel iets, en leg me neer. Pipke stopt me onder, ik val in slaap. Ik word wakker van 3 fluitjes 😊 3 minuten voor de start van de volgende ronde), soezel nog tot 2 fluitjes (2 minuten), vraag wat moet ik doen aan Pipke. Zij geeft mee wat ik nodig heb (afgesproken voor ik ging slapen, of gebaseerd op mijn planning), spreekt even door wat ik moet doen (lopen, duh, liefst snel genoeg, maar ook wat ik nog rap ging eten of drinken, of wat er tegen het volgende uur moet gebeuren), na het laatste fluitje (1 minuut) zet ze me recht en stap ik naar het startvak, waar ik mij inbeeld dat ik de meest gedecideerde en zelfzekere pose inneem die op dat moment nog in mij zit. Wanneer ik eraan denk stretch ik even, om te laten blijken dat ik nog volledig ‘in de zone’ zit.
*Ahum*

Na de race lees ik in een whatsapp-groepje de weerslag van een korte conversatie tussen mij en Pipke, die die nacht te zien moet geweest zijn op de livestream: ‘Pipke tegen Merijn: doet uw ogen toe !!! Hups Merijn direct braaf z’n lichtje uit en slapen!! :-) zo mooi om te zien hoe ze dit samen doen!!!’ (Merci Kirsten, ooit vind ik dat beeld misschien terug ;-))

DAG 5
Mijn eigen race, dag 5 breekt aan. Het lijkt een herhaling van dag 4, alleen met kortstondiger opgeluchte benen, en nog zwaarder en moeizamer. Frank overleeft nog 1 dag-uur, ronde 98 is er teveel aan. Ik probeer zelf zo goed mogelijk te doseren. Intussen heeft ook Phil Gore’s pantser zichtbare barsten vertoond, Mori Mori lijkt te wankelen, we zijn nog met 6. Ik put hieruit moed, het ziet ernaar uit dat ik stilaan weer bij de allerlaatste overlevers ga horen. En plots, in ronde 101, toch enigszins onaangekondigd, voor Pipke en de andere Belgen (en dat zullen ze pas weten wanneer het te laat is) maar ook voor mezelf, gaat het licht net iets te hard uit. Ik neem bewust wat gas terug om op adem te komen in de hoop naar het einde van de ronde net voldoende te kunnen pushen. Iets wat ik al vaker gedaan heb, maar veel riskanter is wanneer de marge elk uur zo klein is. Zoals ze zeggen: je kan je geen slecht uur permitteren in een backyard. En eigenlijk, stiekem, kan ik dat wel, indien het parcours het toelaat. Maar dat is hier niet het geval. Aan mijn vaste checkpoints kijk ik telkens hoeveel tijd er rest in de hoop dat de schade meevalt, de achterstand binnen de perken blijft. Ik realiseer me pas veel later dat dit vaak aan een camerapunt was, dus dat volgers zagen hoe ik schijnbaar rustig op mijn horloge keek. Helaas was dit in werkelijkheid met groeiende ongerustheid omdat de bovenbenen blokken beton geworden waren die ik niet meer in gang getrokken kreeg na elk heuveltje. Of, een bedenking die ik pas nu kan maken, was ik toch net iets tevreden met het resultaat?
Gezien de grotere moeilijkheden dan ooit die ik had moeten overwinnen?

Was de wil om mezelf pijn te doen net iets te lang weg? Een moment van zwakte op het verkeerde moment? Is de vraag stellen ze beantwoorden, ook hier? Ik vermoed dat het hoe langer hoe makkelijker zal worden om hierop ja te antwoorden. Maar ik geloof dat het toen niet zo aanvoelde.

Al van halverwege de ronde denk ik dat ik het niet ga halen, maar wanneer ik bijna uit het bos ben hoor ik nog een fluitje. Was dat er maar 1, of toch twee? Ik zet nog een armzalige sprint in, maar het is te laat. Met een seconde of 30 te gaan hoor ik de overblijvers vertrekken zonder mij. Ik kom aan in het startvak waar ik warm onthaald wordt door alle Belgen. Ze laten hun verbazing en teleurstelling niet merken en ik krijg een warme knuffel van elk van hen.

DE HONNEURS
Ik ontvang de medaille van Laz en vraag hem of de race zijn verwachtingen vervuld heeft: het werd voorspeld, maar wat is er sterk gepresteerd in deze race! Het record aantal deelnemers dat 100, 200, 300 en 400 mijl in dezelfde backyard liep werd telkens ver overtroffen. 10 deelnemers liepen verder dan er op dit parcours ooit werd gelopen. 6 liepen minstens 100 ronden, de ooit zo onbereikbaar gewaande grens. 3 liepen verder dan het vorige WR: proficiat Bartosz Fudali, Ihor Verys en Harvey Lewis! Allemaal op dit moeilijke parcours. Onwaarschijnlijk.

Claire Bannwarth - Lapin DuDuracell. De laatste vrouw. Een fenomeen. Met een plan. Hoe vaak komt ze aan het begin van een ronde voorbijgeschoten, om naar het einde van de ronde toe rustiger aan te doen, zodat ze perfect rond haar favoriete 55 minuten aankomt? Van de eenvoud en vanzelfsprekendheid waarmee ze dit alles gewoon doet valt veel te leren.

Ihor Verheys. Tijdens een van de laatste ronden, wanneer Ihor na het stukje weg weer aan de startzone passeert op weg naar de trail, stopt hij bij Laz, en ben ik getuige van volgende conversatie. ‘Wat should I do’, vraagt hij aan laz. ‘Try to beat him’ is het antwoord. ‘But I’m not even racing him’ zegt Ihor vertwijfeld. Waarna de omstaanders roepen dat hij moet doorlopen, wat hij dan maar doet. Hoe kan je iemand verslaan wanneer je er eigenlijk niet tégen aan het lopen bent? Wanneer gewoon sneller zijn niet volstaat? Dé existentiële vraag van de backyard.

Harvey Lewis - Ultra Runner. Hij leek nooit de allersterkste van het hele veld. Superstabiel en overlopend van ervaring op dit parcours en in de hitte, dat wel. Maar de prijs voor de beste indruk was voor andere toppers. Tot helemaal op het einde. Toen bleek hij degene die kon blijven gaan, hoelang het ook zou duren. Klasse! Wat een wereldrecord! Ik onthoud ook de vele korte en (ik praat zelden lang tijdens dit soort races, maar toch) af en toe langere interacties met lopers, crewleden, pers, organisatie,… Ik was hier namen beginnen noemen, maar de lijst werd te lang, en uiteindelijk zou ik toch iemand vergeten.

BEDANKT
Bedankt om de trail, de weg en deze ervaring met mij te delen. Verder, het enthousiasme tijdens elke doorkomst, het enthousiasme thuis. ‘Ben ik tevreden?’ Is de vraag. Ja. En nee. Zoals gezegd kwam het einde plots, onverwacht. Voor mezelf. Maar zoals ik steeds meer merk, ook voor Pipke, de andere Belgen en de supporters. Iedereen maakte zich waarschijnlijk op voor een apotheose zoals de voorgaande jaren. Ikzelf ook, in mijn hoofd, althans. Doen waar iedereen vindt dat ik zo goed in ben, het spel van assist en winnaar spelen en zien wie eerst barst en breekt. Hoe langer de wedstrijd achter de rug ligt, hoe meer ik het jammer vind dat dit niet gebeurd is. En hoe meer honger naar een volgende keer. Maar, alles in acht genomen. Hoe kan ik ontgoocheld zijn met dit resultaat? De torenhoge concurrentie (er waren er vier simpelweg sterker). De moeilijke omstandigheden (jetlag, parcours, hitte,…). Het team was perfect, en zonder de constante aanwezigheid van Pipke (hoe weinig heb jij geslapen? 😱) was het schip ongetwijfeld veel vlugger gestrand. Ik heb nu een schat aan nieuwe ervaring opgedaan, maar tijdens de race is gebleken hoe uitgebreid de expertise waaruit ik kon putten reeds was. En óf ik die gebruikt heb, het zal niet zijn! Geef mijn oude, jetlag-vermoeide lijf aan een minder ervaren, minder sterk hoofd, en dat houdt het bijlange geen twee dagen vol. Zo voelt het alleszins aan. Dus, net zoals de andere Belgen heb ik bevestigd wat ik kan, op een veel moeilijker parcours dan we gewoon zijn tijdens een backyard. Ik hoop van harte dat ik hiermee de inspanningen van het team voldoende naar waarde heb geschat, en de vele supporters niet ontgoocheld. (Niet dat ik dat ergens zo aangevoeld heb, integendeel.)

Cijfers zoals hoogtemeters zeggen weinig, want de ene hoogtemeter is de andere niet en de techniciteit van het terrein maakt een enorm verschil

Bedankt supporters!

Bedankt Vedette Sport, voor de coole team-uitrusting (we vielen op tijdens de vliegreizen, op restaurant, in de tuin van Laz ,…), de Altra’s, de 6D-gels, de support.

Bedankt, team Belgium, de uitermate getalenteerde ultralopers, en de multi-inzetbare crew. Jean, Kevin, Matthias, Ivo, Frank, Tim, Fré, Ann, Bart, Irith, Tanja, Gerald. Bedankt, vrienden. Zonder jullie geen 100 ronden.

Bedankt Jan, de vriend die niet mee was, maar ervoor zorgde dat ik er geraakte en die er absoluut thuisgehoord had. Zonder jou geen 100 ronden.

Bedankt Sterre en Pepijn, om het thuis zo goed te doen en mama zo lang af te staan. Zonder jullie geen 100 ronden.

Bedankt, Pipke. Voor alles. Zonder jou geen 100 ronden.

Op naar de volgende!

#VedetteSport #altrarunning #altraruncrew #6dSportsNutrition
#LegendsBackyardBelgium #teambelgium #bigdogsbackyardultra #breakingwhatever
#dplusdinsdag#onemorekerel #respirofitness

Merijn Geerts